Vloeken in de Tweede Kamer: het meest gebruikte scheldwoord en de top-vloeker
De Bond voor het Vloeken trok naar het hart van de Nederlandse democratie: de Tweede Kamer. Want hoe staat het eigenlijk met het taalgebruik van onze volksvertegenwoordigers? Vloeken zij net zo kleurrijk als de gemiddelde Nederlander na een gestoten teen? Het antwoord is verrassend: in het parlement gelden strenge regels, en juist daardoor is er een schat aan informatie over welke woorden té grof zijn.
De Kamer kent “onparlementair taalgebruik”
In de Tweede Kamer mag je niet alles zeggen. De Kamervoorzitter waakt over het fatsoen en kan een Kamerlid vragen een woord terug te nemen. Zulke woorden heten onparlementair. Dat is voor ons als vloekonderzoekers goud waard: elke keer dat de voorzitter ingrijpt, weten we precies welk woord te scherp was. De Kamer houdt zélf bij wat niet door de beugel kan — een soort officiële vloekenlijst van Nederland.
Een klassieker onder de verboden woorden. Een collega een leugenaar noemen is al meer dan een eeuw not done: je mag een mening bestrijden, niet iemands eerlijkheid. Geen wonder dat het keer op keer wordt teruggenomen.
Misschien wel het beroemdste Kamer-scheldwoord van deze eeuw. Het klinkt grappig, maar de voorzitter heeft het meermaals als te grof bestempeld.
Het meest gebruikte milde krachtwoord van de Kamer. Niet verboden, wel keihard: in vrijwel elk debat roept iemand wel dat de ander “klinkklare onzin” verkoopt.
Te persoonlijk, te beledigend: dit hoort bij de woorden die standaard worden teruggenomen zodra de voorzitter de hamer pakt.
Het meest gebruikte “scheldwoord”
Echte vloeken (ziektes, krachttermen) hoor je in de Kamer bijna nooit: het decorum houdt die buiten de deur. Het werkelijk meest gebruikte uitstapje naar onvriendelijke taal is daarom verrassend braaf: het woordje “onzin”. Het is de Haagse versie van vloeken — net zo vaak gebruikt, maar netjes genoeg om nooit te worden teruggenomen. Wie écht over de schreef gaat, belandt bij de zwaardere categorie zoals “leugenaar”, “knettergek” of “schoft” — en wordt dan prompt door de voorzitter gecorrigeerd.
De “top-vloeker” van de Kamer
Een eretitel die de Bond met een knipoog uitreikt. Wie de Haagse verslaggeving van de afgelopen twintig jaar volgt, ziet één naam telkens terugkomen als het gaat om kleurrijke en regelmatig teruggenomen taal: Geert Wilders. Van “knettergek” tot “tuig van de richel” en “nepparlement” — zijn vondsten halen telkens de krant en dwingen de voorzitter tot ingrijpen. Voor de Bond is hij daarmee, geheel ludiek bedoeld, een kandidaat-erelid: niemand bewijst zo vaak dat woorden macht hebben.
Hoe we dit onderzochten. De Tweede Kamer publiceert alle debatten als open data (de Handelingen, via opendata.tweedekamer.nl). Een echte, cijfermatige telling vraagt om het doorzoeken van die volledige tekstdatabase. Dit artikel is gebaseerd op het goed gedocumenteerde verschijnsel van onparlementair taalgebruik en bekende, in de media beschreven voorbeelden — niet op een verse geautomatiseerde telling. Wil je de exacte top-10? Dan duiken we graag een keer écht in de open data van de Kamer.